Taaltip: d en dt
arrow_drop_up arrow_drop_down
19 januari 2017 

Taaltip: d en dt

Een van de grootste struikelblokken bij de werkwoordspelling is de keuze tussen d en dt. Je kunt het verschil namelijk niet horen. Het werkwoord in Ik word met een d klinkt exact hetzelfde als het werkwoord in Jij wordt met dt. Aan een spellingchecker heb je hierbij niets, want die kijkt niet naar d en dt. Je moet hier dus echt regels voor toepassen!

Twee basisregels voor d en dt
Regel 1: een dt kan alleen voorkomen als er in het hele werkwoord al een d staat. Denk aan worden, vinden, zenden, antwoorden.

Regel 2: een dt treedt nooit op bij het onderwerp ‘ik’. Een ezelsbrug daarvoor luidt: “Ik drink geen T”.

Addertje
Als je dus een werkwoord opschrijft met dt op het eind, check dan de bovenstaande twee regels. Dan zit je in 99% van de gevallen goed. Een addertje onder het gras is nog als ‘jij’ of ‘je’ in de betekenis van ‘jij’ achter het werkwoord staat. Dan vervalt de t. Het is dus: Jij zendt een mail met dt naast Zend je/jij een mail? met alleen een d. O enne … nooit een dt bij een voltooid deelwoord! Maar dat weet je wel, toch? Zo niet: kom dan echt eens op cursus!

 

Overzicht Taaltips
werkwoordspelling: gebeurt of gebeurd?
er van uitgaan / ervan uitgaan / ervanuit gaan / er vanuit gaan / ervanuitgaan / er van uit gaan?
bloknoot of blocknote of blocnote?
appel of appèl?

Over de schrijver
Als klein meisje vond Mieke Winnubst spelling en grammatica al interessant. Moeilijke woorden schrijven, de kofschip-regel toepassen ... ze smulde ervan. Daarom ging ze Nederlandse Taalkunde studeren en heeft ze er haar werk van gemaakt. Direct na haar afstuderen in 1992 begon ze met haar eigen bedrijf Alfabeta Tekst en Training. Zij en haar trainers reizen het hele land door om mensen te trainen in het correct en aantrekkelijk schrijven. En met succes! Alfabeta-cursisten zijn dankbaar en enthousiast en Alfabeta is al jaren op rij Beste Opleider van Nederland.
Reactie plaatsen